Jij en Utrecht – Gastblogs

Worden er in jou ook verhalen wakker over bezoekjes, gebeurtenissen in Utrecht, of associaties van vroeger, dan ben je van harte welkom om ze hieronder te delen. Ook als je niet meedoet met de instagramwalk, maar wel een band met Utrceht hebt of hebt gehad. Wij zijn nieuwsgierig naar jouw verhalen! Groet, Lucas en Carolien __________________________________________________________________________________
Weer een inzending van Carel de Mari, heerlijk om te lezen!
Op 25 juni 2012 eerder gepubliceerd: Carels Uitingen

Samuel Mullerstraat 12, Staatsliedenkwartier

Na de Amsterdamsestraatweg kwamen we dus in de Utrechtse nieuwbouwwijk ‘Staatsliedenkwartier’ te wonen. Aan de rand van de stad, een paar minuten op de fiets (met blokken op de pedalen) om de polder in te gaan. Nu ligt de wijk zo dicht tegen de binnenstad aan dat betaald parkeren er is ingevoerd. Achteraf onvoorstelbaar dat we in zo’n klein huisje uiteindelijk met twee volwassenen en acht kinderen gewoond hebben. Want, inderdaad, de productie van mijn ouders lag nog steeds op schema, twee zusjes en nog één broertje erbij. De buurvrouw wist eerder dan mijn vader dat er weer een zwangerschap was ingezet, ze miste dan de grote katoenen lappen maandverband aan de waslijn. We hebben het nu over de periode 1953-1957. Mijn eerste jaren lagere school. Aan deze periode heb ik wel herinneringen. Om eens wat te noemen, onze weg naar school ging door de Gijbrecht van Walenborchstraat, een naam die we natuurlijk niet uit konden spreken. We noemden het de hondenstraat, er woonde iemand met een grote rijstmetkrentenhond.En dan door de van de Mondestraat waar de heks woonde. Meer over de buurt kun je hier lezen.
Tussen de Samuel Mullerstraat en de overkant, de Nolenslaan, grenzend aan onze kleine achtertuin was een grasveld waar we altijd op konden voetballen. Op dat grasveld stonden twee jonge boompjes tot tijdens een zomerse onweersbui twee blikseminslagen ervoor zorgden dat er geen boom meer te vinden was, wel twee gaten van ongeveer een kubieke meter het stuk! Vriendjes? Ik herinner me Tonnie van Basten en Peter Jansen. En in 1956 logeerde er een Hongaars jochie bij de Jansens, een vluchtelingetje (Hongaarse opstand). Die ving mussen op ons grasveld, zijn jasje was het vangnet. Uit die tijd herinnering ik me ook dat op de Troelstralaan een ruit was ingegooid omdat daar communisten woonden, zo ging het verhaal tenminste.  Lees verder

__________________________________________________________________________________

De inzendingen beginnen elkaar in rap tempo op te volgen, dus we plaatsen er nog een, van Susan Hol, dank je wel!

Na de studentenkamer in de Korte Janstraat trekken we in het jaar 1982 zwanger en wel naar de Jeruzalemstraat, waar we – hoe verliefd ook op deze plek – gék worden van de krappe ruimte met onze nieuwgeboren prachtige dochter. Ons geluk begint in de Bleekstraat. Een drukke straat wel, met veel en vervuilend verkeer dat brrrrrrrrrrrbrrrrrbrrrr staat te wachten voor de verkeerslichten en een rammeldekledderdeklingklangtrein elke tien minuten, maar de flat is zo heerlijk fantastisch geweldig ruim en licht. We kunnen weer bewegen, de benen strekken, springen en dansen.
Er is één kamer over en er zijn twee gegadigden die dringend toe zijn aan zo’n heel eigen plek: mijn wederhelft en ik. Galant maakt hij plaats en installeert zijn bureau in de gigantische woonkamer. Na lang aarzelen en na een fikse periode van toch maar rommelopslagplaats neem ik de kamer in beslag en maak er helemaal mijn werkkamer van. Ik hang er mijn eerste verovering op, de door mijn wederhelft verafschuwde rijkversierde kroonluchter. De lamp heeft het meest weg van een toneelattribuut en ik vind hem geweldig. Om het licht van de lamp goed uit te laten komen, maak ik de muren zachtgeel en geef accenten met hemelsblauw. Mijn bureau is een oude houten keukentafel met rondborstige eiken poten, een prachtig onooglijk stuk. Niks design of weet ik veel met je tijd mee, doe mij maar lekker die idiote dingen die een leven lang achter de rug hebben. Als ik aan die tafel werk, kraakt hij aan alle kanten. Heerlijk vind ik dat. Zijn kraak na elke pennenstreek is het enige geluid als ik in mijn kamer zit te werken. Verder heerst er die weldadige stilte. Een ongekende rust waarin ik kan schrijven, schilderen en ongezien lachlustopwekkende yogaoefeningen kan doen.
Het kost wel moeite om mezelf af te zonderen in een aparte ruimte. Wie ben ik om mijn partner op te zadelen met de zorg voor ons kind, terwijl ik lekker mijn eigen dingen zit te doen? Zijn werkhoek in de woonkamer wordt door onze tweejarige peuter druk bezocht. Ze kan haar vader zien, dus is hij de ‘pineut’ als ze een ouder nodig heeft. Het kost enige oefening om tijd en ruimte voor mezelf te nemen. Van kind af aan weet ik: zoiets doe je niet. In ons grote gezin had niemand een eigen plek. Het was de bedoeling dat je je sociaal opstelde, tenminste, de vrouwen dan. Mijn vader had een studeerkamer en mijn twee broers elk hun eigen ‘hok’. Ik deelde met drie zusjes de zolder en mijn moeder was altijd beschikbaar aanwezig in de woonkamer.
Maar de toon is gezet in die jaren in de Bleekstraat. Toen we na tien jaar doortrokken naar de Impalastraat was het voor ons drieën heel gewoon dat ik mijn eigen werkkamer had. De buitenwacht vond het iets minder vanzelfsprekend, maar soit, daar hadden wij geen boodschap aan.

_

Leuk, we blijven bij Carel de Mari als gastblogger voor de warming-up naar zondag, die dit zelf op 7 juni 2012 op zijn blog Carels Uitingen publiceerde. Vandaag schrijven we 21 november 2012, 4 dagen voor de eerste #Instawalk030, een fotowandeling door Utrecht, waarbij we de Amsterdamse straatweg níet aan doen 😉 De Amsterdamsestraatweg Ik was net een half jaar toen we verhuisden naar de Amsterdamsestraatweg nummer 16. Mijn vader was etaleur en verkoper bij van Seumeren en kon het souterrain onder de zaak huren. Dat stukje straatweg bestaat al lang niet meer, is gesloopt om plaats te maken voor de Daalsetunnel in de tijd dat ook Hoog Catharijne gebouwd werd. De kleuterschool aan de Herenweg doorliep ik met succes.Ik kan me er niets van herinneren. Wel weet ik dat we een paar kippen hadden in het kleine tuintje/ plaatsje dat via de keuken bereikt kon worden. Dat we vochten om een worm aan zo’n kip te voeren en dat mijn zusje er toen de tanden maar in zette, ‘hier, allebei een halve!’. Behalve mijn oudste zus kwamen er ook nog drie broertjes in deze kelderwoning ter wereld. Maar met vijf kleintjes in zo’n hok werd het toch te krap. We verhuisden naar een nieuwbouwwijk, aan de rand van de toenmalige stad. Mijn vader heeft in de aanloop naar die verhuizing kapstokjes en slaapkamerlampen gemaakt, gefiguurzaagde Disneyfiguren. En kleine Careltje mocht de verftubes aangeven, die kende alle kleuren. En dan praat ik niet alleen over rood en geel maar indigo, ultramarijn, oker en vermiljoen werden ook probleemloos aangereikt.

—–

FC Utrecht en ander sportief geweld in Galgenwaard door Carel de Mari
7 oktober 2012

Oei, bijna’, het stadion galmt na, het rumoer is tot ver in de stad te horen.

Oei, bijna, dat riepen we in de oude Galgenwaard al als een poging op doel in de buurt van een van de cornervlaggen het veld verliet. Dat was bij het oude DOS en soms ook bij Velox, dus voor de tijd dat we het rood en wit van FC Utreg in ons hart sloten. Ik kwam er wel maar niet regelmatig. In het oude Galgenwaard bezocht ik eind zestiger, begin zeventiger jaren wel zomers vaak de wielerwedstrijden, baanwielrennen op een betonnen ring die in het voetbalseizoen volgebouwd was met tribunes. Noppie Koch en Bruno Walrave als gangmaker op de grote motoren, Matje Pronk , Piet de Wit, Leo Proost erachter. In die tijd had Nederland regelmatig een wereldkampioen in deze tak van sport. En dan ‘s winters naar het ijshockey op de Vechtse banen, ook altijd spektakel. Vanaf de oprichting in 1970 ben ik FC Utrecht gaan supporteren, nu wel als seizoenkaarthouder. Vaak gingen we ook naar uitwedstrijden, de roodwitte vlag gespannen over de motorkap van mijn Fiat 600. Voetbalsupporters vormden toen nog een gemoedelijk volk. De supporters van uit- en thuisspelende vereniging stonden of zaten gewoon naast elkaar. Maar dat was daarna helaas snel afgelopen. De clubvaantjes moesten gestreken worden, wilde je dat de spiegels en antenne van je autootje niet vernield werden bij uitwedstrijden. Voor mij deed de wedstrijd in het Olympisch stadion tegen DWS de deur dicht. Het was mijn laatste uitwedstrijd en voor het nieuwe seizoen kocht ik geen seizoenkaart meer. Wat was het geval? Ajax had de week ervoor in Utrecht een teleurstellend resultaat geboekt (iets wat nog steeds met enige regelmaat gebeurt). Ajax’supporters’ konden dat kennelijk maar moeilijk verkroppen en wachtten ons op het Amsterdamse Stadionplein op met knuppels en fietskettingen. Politie was er toen nog nauwelijks bij voetbalwedstrijden. Mijn buurman was bij de bereden politie en stond vaak bij de thuiswedstrijden van de FC met een collega te paard op het plein voor de ingang. Behoudens hier en daar wat verbaal geweld dat meestal met een lach werd afgedaan was dat afdoende. (Grappig te vermelden dat die collega nu gelijk met mij op de sportschool de conditie en lenigheid wat tracht te onderhouden, de wereld is klein. ) In het stadion liep een rookworstverkoper. Op warme dagen had hij de worst thuis gelaten en liep hij met ijsjes. “Hè je geern wors, vandaog, jochie?” was dan de geijkte vraag. Voetbalhumor is simpel maar doeltreffend. Met onze oudste ben ik een keer naar mijn cluppie geweest toen hij een jaar of elf was. Hij had toen al gekozen voor Ajax, maar dat terzijde. Op school had hij een werkstuk gemaakt over de FC. Ik kon, omdat het bedrijf waar ik werkte toen op de shirts vermeld stond makkelijk aan materiaal komen. Het werkstuk werd door het hoofd van de marketingafdeling beloond met twee kaartjes eretribune en een ontvangst na de wedstrijd in de VIProom. In die tijd bekende journalisten als Herman Kuiphof en trainers van die dag niet spelende clubs zaten links en rechts van ons. Het heeft het kind niet kunnen bekeren. Maar vandaag lach ik toch weer het hardst, Ajax-Utrecht 1-1. Lees meer van Carels uitingen….

Advertenties

6 thoughts on “Jij en Utrecht – Gastblogs

  1. de eerste bijdrage via een hele leuke kromweg, namelijk Twitter:

    Seizoensgebonden

    Fragment Seizoensgebonden Lentebal hst 12 IV

    Murk denkt terug aan de keer dat hij op een avond de laatste trein uit Udrecht had gemist en hierdoor genoodzaakt was om de tijd tot het ochtendgloren in allerlei horecagelegenheden te verbeiden.

    Hij had de hem aldaar geboden gastvrijheid beloond door in ruime mate bestellingen van een zekere licht-alcoholische drank te plaatsen.
    En daar Murk het altijd erg zonde vindt om bier te laten verschralen en hij in de voor hem vreemde stad nog maar weinig vrienden had gemaakt aan wie hij kon uitdelen had hij het grootste deel zelf moeten opdrinken.

    Na het bezoek aan een aantal zaken was Murk uiteindelijk – enigszins aangeschoten – in een kroeg waar men slechts platen van Herman van Veen bleek te draaien aan ’t ouwe grachie beland.
    Hij was inmiddels tot de ontdekking gekomen dat het repertoire van de zoetgevooisde bard na inname van een paar glazen – zelfs als je ze die nacht voor de derde keer hoort – best om aan te horen was en deed na nog eens, twee of vijf glazen – het kunnen er ook drie zijn geweest – volop mee aan het luid mee blèren van de teksten.

    vervolg en filmpje staan hier ~> http://seizoensgebonden.blogspot.nl/2012/10/fragment-seizoensgebonden-lentebal-hst.html

    met dank aan @poeetweet voor het spits afbijten in deze serie gastblogs

  2. er is iemand in vorm – echt fijn
    Wie gaat er mee op jacht naar de foto’s ?

    Stukje blog over Udrecht @Caro_Geurtsen
    Uit Seizoensgebonden Herfstval hst 13:

    Ruim twaalf jaar geleden heeft Murk met Rob en Maike een overzichtstentoonstelling van Wim T. Schippers in het WillemdeRidderMuseum in Udrecht bezocht.

    Bij de Pindakaasvloer, een oppervlakte van vijfenveertig m² die door de kunstenaar met een laagje van een paar centimeter van de voeding-emulsie is bedekt heeft hij toen een pot Calvé pindakaas met een briefje voor de kunstenaar achtergelaten.

    Dit moment is nog fotografisch vastgelegd.

    Murk schroomlacht.
    ‘Tegenwoordig zou iemand waarschijnlijk languit in de pindakaas gaan liggen, daar een filmpje van laten maken en dat dan via het internet verspreiden.’

    Geschreven n.a.v. een bezoek aan de overzichtstentoonstelling van Schippers in het Centraal museum in Utrecht ergens halverwege jaren ’90.
    De negatieven van de foto’s die op deze dag gemaakt zijn kan ik helaas nergens meer in m’n archief terugvinden.

    het jachtseizoen op foto’s is geopend @Poeetweet
    Alweer met dank en bron http://www.twitlonger.com/show/jl6hhn

    @Caro_Geurtsen Het was erg rustig in het museum.
    We hebben 2 of 3 foto’s gemaakt van mij met het lege potje Calvé-pindakaas en dat daarna met een briefje voor Schippers naast de pindakaas achtergelaten.
    Nooit meer iets van gehoord.

    Ik meen me te herinneren dat ik indertijd waarschijnlijk op het idee ben gekomen door een verhaal over een stel bouwvakkers die een paar aan elkaar gespijkerde planken aan de muur van een museum waar ze aan het verbouwen waren hadden gehangen.
    De conservator kwam er pas maanden later achter dat het hier geen ‘echt’ kunstwerk betrof.
    Het idee dat ‘mijn’ pindakaaspotje misschien ook nog wel tot het einde van de Schippers-tentoonstelling naast de pindakaasvloer heeft gestaan zonder dat iemand heeft opgemerkt dat het daar niet thuishoorde is best grappig.

    Thnx and bron @poeetweet http://www.twitlonger.com/show/jl7f8m

  3. Pingback: Zielsgenot en Pijn » Blauwe Kiezen – Kunst #WOT Deel 42

  4. Vanmorgen las ik op de blog Carels Uitingen een leuke Utreg anecdote en mogelijke oorsprong van het gezegde: Spuit Elf geeft modder. Ik heb hem gelijk gevraagd of het op het gastblog van deze website mocht, en kreeg een heel groot ja. Bbinnenkort hier nog meer van zijn hand over Utreg

    Spuit Elf - Utrecht - Carels uitingen

    Spuit Elf
    Het overkomt me zelden, dat ik ‘s morgens als eerste mijn tweeps goedemorgen wens. Er zijn er genoeg die dan al lang aan het werk zijn. En dus gaf ik vanmorgen de boodschap:

    Goedemorgen Daar is spuit elf weer. Iedereen lijkt al aan het werk, ik aan mijn eerste kopje thee

    Spuit elf geeft immers nog slechts modder.
    Die uitdrukking komt uit Utrecht. De stad, in die tijd nog volledig binnen de singels gelegen, was verdeeld in tien wijken. Iedere wijk had zijn eigen brandweer, goed om de kleine brandjes te blussen. Bij een grotere brand werd assistentie vanuit de andere wijken gevraagd.

    Op een gegeven moment groeide Utrecht uit zijn jasje. Er werd een nieuwe wijk, buiten de singels gebouwd, wijk elf dus. En ook de brandweer van wijk elf werd bij een grote brand om hulp gevraagd. Maar ze kwamen altijd als laatste. Begrijpelijk want ze kregen als laatste de oproep en moesten van relatief ver komen. De andere teams hadden hun pompen en slangen allang in gebruik, het water sproeide al rijkelijk over de brandhaard. Voor spuit elf bleef slechts een beetje modderig water over.

  5. Pingback: Zielsgenot en Pijn » Fotowandeling – 25 november – #instawalk030

  6. Pingback: De Hobby Blogger – Jij en Utrecht – Gastblogs | Utrecht mijn stad

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s