Gewoon omdat het kan – The day after – Instawalk030

Een beetje brak nog, met een keel die opspeelt en gelukkig een vrij lege maandag die naar me lacht, toch al even twee kleine impressies, de een in woord, de ander in beeld.

We staan ook al in De Utrechtse Internet Courant en vanmorgen vroeg schreef ik mijn associaties met Utrecht op zoals we ze gistermorgen nog voor vertrek in Grand Café Carre op de Mariaplaats allemaal opgeschreven hebben. Dat werd geheel tot mijn verrassing het volgende: Haat Liefde Utrecht en Ik

Insta-Whát? Insta_Walk 030

Op 25 november 2012 was de eerste Utrechtse fotowandeling onder de paraplu van Instawalk030 een feit. Er liep iemand mee helemaal niet gehinderd door enige vorm van toestel en mensen met grote toeters van fototoestellen, macrolenzen etc. En er waren de SmartPhones en de gouwe ouwe pré-smarties.

Storified by Carolien Geurtsen · Mon, Nov 26 2012 03:59:11

.

[View the story “Insta-Whát? Insta_Walk 030” on Storify]

Op Instawalk030 verzamelen zich alle gemaakte foto’s die omgezet zijn door de deelnemers naar Instagram en de hashtag #instawalk030 mee hebben gekregen, want zo werkt dat. Binnenkort volgen hier ook linkjes naar eventuele andere bestandsvormen online, zoals Picassa, Flickr etc.
De komende dagen komen hier ook de ervaringen van de deelnemers mét een door hun uitgekozen foto erbij, zeg maar hun favoriet van die dag.

Advertenties

1984: Kennismaking met het mooiste van Utrecht

Het Rietveld – Schröderhuis

In 1984 begon ik met mijn studie Fysische Geografie in Utrecht. Ik woonde het eerste jaar nog thuis in Hilversum en reisde dagelijks met trein en fiets naar de Universiteit op de Uithof. Vanaf Utrecht Centraal fietste ik dan via het Vredenburg, Potterstraat, Nobelstraat, Nachtegaalstraat en Burgemeester Reigerstraat naar het Wilhelminapark. Hier had ik altijd een beetje het gevoel dat ik de stad verliet. Teleurgesteld fietste ik dan na een paar minuten op de Prins Hendriklaan weer tussen de bebouwing. Na de Jan van Scorelstraat gekruist te hebben, fietste ik vervolgens langs het net leegstaande Sint Antonius Ziekenhuis. Vlak voordat de straat via een laag viaduct onder de toenmalige ringweg doorging, lag aan de linkerkant een grijze kubusachtige woning.

Pas na een paar weken kwam ik erachter dat dit het Rietveld-Schröderhuis  was. Ontworpen door Gerrit Rietveld , bij mij toen alleen bekend vanwege zijn stoel, in samenspraak met de bewoonster van het huis, Truus Schröder. Toen ik dat eerste jaar van mijn studie daar twee keer per dag langsfietste was mevrouw Schröder dik in de 90 en dat was aan het onderhoud goed te zien. De witte pleister was grauwgrijs. De primaire kleuren die het gebouw nu zo typisch bij de Stijl doen horen, waren niet goed meer zichtbaar. Voor de ramen hingen rafelige donkerbeige vitrages. Een enkele keer zag ik de vitrage bewegen en in de loop van de tijd fietste ik altijd iets langzamer langs het huis, in de hoop een glimp op te vangen. Niet zozeer van de oude bewoonster als wel van het interieur. Ik had echter nooit de moed om af te stappen, laat staan aan te bellen.

Een klein jaar later was duidelijk dat mevrouw Schröder was overleden. De staat van het huis was nog net zo deplorabel, maar de vitrage bewoog niet meer. Toen die een paar maanden later dan ook verdween, was duidelijk dat de renovatie was begonnen. Ik woonde intussen in Utrecht en kwam niet meer dagelijks langs mijn favoriete gebouw. Want dat was het ondertussen wel geworden. Ik stelde mij voor hoe het er van binnen uit zou zien en hoe het eruitzag in perfecte staat. Na de renovatie bleek dat wat betreft de buitenkant mijn verbeelding goed klopte. Het stralend witte pleisterwerk en de lijnen in de primaire kleuren waren precies zoals ik het mij had gedacht. Het interieur overtrof al mijn verwachtingen. Eigenlijk is het een vrij klein gebouw. Dankzij allerlei schuivende panelen is er echter veel ruimte te creëren. Daardoor lijkt het huis van binnen veel groter dan het in werkelijkheid is. Het meest onder de indruk was ik nog van het venster op de hoek aan de voorkant. Hier wordt geen raam opengezet, maar een heel huis. De ruimte stroomt letterlijk van buiten naar binnen. Ik heb nog nooit een huis gezien waar vorm en functie zo perfect samenkomen.

Nou was het wel zo dat ik als bezoeker niet alles zag. Het verhaal gaat dat het dak vaak aan lekkage onderhevig was. Een probleem dat zich vaker bij huizen van Rietveld voordeed. Een ander nadeel van het huis is dat het in Utrecht staat. De stad waar ik woon. Het huis is nu ongeveer twintig jaar open voor het publiek en ik heb het pas twee keer bezocht. Had het in een grote stad ergens in Europa gestaan, dan was ik er vast vaker geweest. Ik fiets er wel vaak langs. De laatste jaren ook met mijn dochters. Enthousiast vertel ik dan hetzelfde als hierboven. De oudste heeft zelfs korte tijd de ambitie gehad architect te worden.

Het zou trouwens nog jaren duren voordat ik erachter kwam dat er in Utrecht nog veel meer gebouwen van Gerrit Rietveld staan. Een heel fraai rijtje notabene aan de andere kant van die ringweg.

De belangrijkste plek van de stad

Het Domplein

Al een paar jaar probeer ik boeken en dan met name kinderboeken te schrijven. Het eerste boek dat ik eindelijk bijna af heb en dan eindelijk naar uitgevers zal durven te sturen speelt zich af in Utrecht. Met een centrale rol voor de belangrijkste plek van de stad, misschien wel van heel Nederland, het Domplein. Hieronder een klein stukje uit het boek dat nu nog een manuscript is.

“Dit is dé plek van Utrecht!” zegt meneer van Gelder, hun geschiedenisleraar. Aan de ene kant wil Lucy alles horen over de stad waar ze nu woont, aan de andere kant vindt ze het ook spannend om met Dora en nog twee klasgenoten te proberen ongemerkt achter te blijven. In haar eentje zou ze dat nooit durven. “Dora, eeh Lucy, doorlopen, anders raak je ons nog kwijt!” roept meneer van Gelder. Lucy is verbaasd dat hij haar naam al kent.

“Shit, hij ziet ook alles,” fluistert Dora tegen Lucy.

“Laten we maar gewoon meelopen,” zegt Lucy terug. Ze vindt geschiedenisverhalen eigenlijk best interessant. 

“Nee joh. Die ouwekul hebben we al zo vaak gehoord?” zegt Dora, terwijl ze net doet of ze haar vinger in haar keel steekt. 

“Dit is de Dom. Bijna tweeduizend jaar geleden was dit het eerste stukje Utrecht. De Romeinen bouwden hier rond 50 na Christus een castellum. Weet iemand van jullie wat een castellum is?” 

Een paar jongens die vooraan staan steken gretig hun vingers op.

“De nerds!” fluistert Dora iets te hard.

“Ja Dora, zeg het maar!”

“Legerplaats” probeert Lucy zachtjes voor te zeggen.

“Nee Lucy, je vriendin moet het ook zonder hulp weten,” onderbreekt meneer van Gelder haar. 

“Een legerplaats, meneer!” roept Dora snel.

“Dat klopt. De volgende keer wil ik graag dat je het zelf weet.”

“Ik wist …” wil Dora verdergaan. Meneer van Gelder laat haar echter niet uitpraten en gaat door met zijn verhaal.

Ik ben van ’84

‘’Zo jong nog?’ hoor ik iedereen vragend denken. Nee, 1984 is niet mijn geboortejaar. Ik heb eerder dit jaar de halve eeuw vol gemaakt. Ik heb het hier over Utrecht. Waar Carolien in 1957 in de Domstad ter wereld kwam, vond mijn echte kennismaking met Utrecht plaats in 1984. Het jaar dat ik aan de plaatselijke universiteit geografie ging studeren.

Naar Hoog Catharijne 

Dat was trouwens niet de allereerste keer dat ik in Utrecht was. In de 6e klas van de lagere school was ik ooit met een klasgenoot op de fiets, via diens tante in de Bilt, naar Utrecht gefietst. Het enige wat ik daar nog van herinner is een enorme bouwput vlakbij het spoor. Pas jaren later begreep ik dat hier Hoog Catharijne aan het verrijzen was.

Altijd Amsterdam

Hoewel ik niet eens ver van Utrecht afwoonde, was de blik vanuit Hilversum toch meer op Amsterdam gericht. Twee jaar voor bovengenoemde fietstocht, was ik al stiekem met een ander vriendje naar onze hoofdstad gefietst. Omdat ik ook bij mijn tante langsging die caissière was bij de Roxy, toen nog een bioscoop, kwam mijn moeder er via allerlei omwegen alsnog achter. Ik kan mij niet meer herinneren of er na zoveel maanden ook nog straf aan deze actie vastzat. Ook tijdens mijn middelbare schooljaren kwam ik regelmatig in Amsterdam. Om de Nachtwacht te zien, om een zieke leraar te bezoeken, die later als één van de eersten in Nederland aan aids zou overlijden, om verplicht met de hele klas een of andere speurtocht langs allerlei saaie grachtenpanden te volgen, om met mijn vader en mijn oom Ajax in de Meer tegen ADO te zien voetballen. Altijd Amsterdam, nooit het dichterbij gelegen Utrecht.

Toch Utrecht

Tot ik in 6 VWO moest beslissen wat ik zou gaan studeren en waar. Omdat ik kaartenmaker wilde worden, werd het Fysische Geografie. Dit kon je toen zowel in Amsterdam als in Utrecht studeren. Ondanks mijn eenzijdige hoofdstedelijke blik, heb ik toch gekozen voor Utrecht. Als stad om te studeren en te wonen, zag ik op tegen Amsterdam. Utrecht leek mij kleiner en knusser. Te overzien voor iemand uit een dorp. Dat beeld klopt tot op zekere hoogte nog steeds. Utrecht is een stad met de bijbehorende infrastructuur. Maar tegelijk heeft het een dorpse allure. Niet voor niets liepen er nog niet zo lang geleden nog schapen op de wallen langs de singel. Ik woon er dan ook nog steeds.