De belangrijkste plek van de stad

Het Domplein

Al een paar jaar probeer ik boeken en dan met name kinderboeken te schrijven. Het eerste boek dat ik eindelijk bijna af heb en dan eindelijk naar uitgevers zal durven te sturen speelt zich af in Utrecht. Met een centrale rol voor de belangrijkste plek van de stad, misschien wel van heel Nederland, het Domplein. Hieronder een klein stukje uit het boek dat nu nog een manuscript is.

“Dit is dé plek van Utrecht!” zegt meneer van Gelder, hun geschiedenisleraar. Aan de ene kant wil Lucy alles horen over de stad waar ze nu woont, aan de andere kant vindt ze het ook spannend om met Dora en nog twee klasgenoten te proberen ongemerkt achter te blijven. In haar eentje zou ze dat nooit durven. “Dora, eeh Lucy, doorlopen, anders raak je ons nog kwijt!” roept meneer van Gelder. Lucy is verbaasd dat hij haar naam al kent.

“Shit, hij ziet ook alles,” fluistert Dora tegen Lucy.

“Laten we maar gewoon meelopen,” zegt Lucy terug. Ze vindt geschiedenisverhalen eigenlijk best interessant. 

“Nee joh. Die ouwekul hebben we al zo vaak gehoord?” zegt Dora, terwijl ze net doet of ze haar vinger in haar keel steekt. 

“Dit is de Dom. Bijna tweeduizend jaar geleden was dit het eerste stukje Utrecht. De Romeinen bouwden hier rond 50 na Christus een castellum. Weet iemand van jullie wat een castellum is?” 

Een paar jongens die vooraan staan steken gretig hun vingers op.

“De nerds!” fluistert Dora iets te hard.

“Ja Dora, zeg het maar!”

“Legerplaats” probeert Lucy zachtjes voor te zeggen.

“Nee Lucy, je vriendin moet het ook zonder hulp weten,” onderbreekt meneer van Gelder haar. 

“Een legerplaats, meneer!” roept Dora snel.

“Dat klopt. De volgende keer wil ik graag dat je het zelf weet.”

“Ik wist …” wil Dora verdergaan. Meneer van Gelder laat haar echter niet uitpraten en gaat door met zijn verhaal.

Advertenties

Gek met oma – Jekerstraat 31

 

Jekerstraat 31 Utrecht Hier zal ik net of bijna twee jaar zijn. Bij mijn oma op de Jekerstraat. Van die tijd kan ik me nog Sita de hond herinneren die in de keuken lag omdat ze puppies had.
En dat ik niet zo heel lang daarna op de eettafel zou staan swingen op de Beatles en vooral het yeah yeah yeah van I love you zou meezingen….
In die tijd kwam ik veel bij allebei mijn opa’s en oma’s hier in Utrecht, want wij woonden toen in Amsterdam en kwamen volgens mij bijna ieder weekend deze kant op.

Zingen is een apart verhaal in mijn leven, wat pas veel later zelfs een lastig issue werd.
Dit omdat ik bij zangles niet mee mocht zingen van meester van Schaik op de lagere school. De Gertrudis in de Amaliadwarsstraat.
Dit omdat ik volgens hem vals zong.
Ik mocht wel met mijn mond bewegen daar achter in de klas. Dat moest zelfs.
Daarna heb ik meer dan tien jaar niet gezongen, totdat ik het even, zo rond de 20, met een vriendenclub weer probeerde. Ook dat was geen succes, dus nog maar even het zwijgen ertoe gedaan.
Totdat ik mezelf als therapie 3 weken op een Zweeds eiland cadeau gaf. Iedere dag 6 uur zingen. Nou dan leer je wel durven zou ik zo denken. Dat was ook zo.
Maar steeds ben ik nog niet zo goed in toon houden als het er voor iemand anders op aan komt, of als er twee of meerstemmig gezongen wordt, dan glij ik af.

De rest van mijn leven zou zingen niet-zingen als een rode draad blijven terugkomen.
Van mijn nieuwe lerares heb ik gehoord dat dat volstrekt logisch is… Maar zeker te verbeteren. Dus dat geeft hoop. En vreugde. Het zingt weer samen in mij.

De jongste broer van mijn vader zat (en zit nu al meer dan 50 jaar) bij de van origine Utrechtse band The Jets.
In hun begintijd oefenden ze ook wel in de huiskamer van mijn oma op de Jekerstraat.
Ik vermoed dat zij mijn eerste kennismaking met muziek vormden.
Niet verkeerd.

hand in hand van zijn tijd naar mijn tijd

Ik zal twee geweest zijn, niet veel ouder. Aan de hand van mijn opa loop ik op een kiezelpad wat door het gras kronkelt.
Aan de rechterkant is water. Vermoedelijk in de buurt van de sterrewacht. Ik herinner me vooral hoe hij links van me hoog de hemel in torent. Zijn kale hoofd en wat ze vroeger een ziekenfonds brilletje noemen, omlijst door de blauwe lucht.
Dan zeggen ze dat je voor je derde geen bewuste herinneringen hebt, dat het een foto moet zijn geweest. Toen alles nog zwart/wit was, was het gras daar groen en de lucht blauw.
Voor mij genoeg bewijs, al heb ik dat niet nodig.
Het innige gevoel van ‘lief’ gaat er namelijk mee samen.

Ik ben van ’84

‘’Zo jong nog?’ hoor ik iedereen vragend denken. Nee, 1984 is niet mijn geboortejaar. Ik heb eerder dit jaar de halve eeuw vol gemaakt. Ik heb het hier over Utrecht. Waar Carolien in 1957 in de Domstad ter wereld kwam, vond mijn echte kennismaking met Utrecht plaats in 1984. Het jaar dat ik aan de plaatselijke universiteit geografie ging studeren.

Naar Hoog Catharijne 

Dat was trouwens niet de allereerste keer dat ik in Utrecht was. In de 6e klas van de lagere school was ik ooit met een klasgenoot op de fiets, via diens tante in de Bilt, naar Utrecht gefietst. Het enige wat ik daar nog van herinner is een enorme bouwput vlakbij het spoor. Pas jaren later begreep ik dat hier Hoog Catharijne aan het verrijzen was.

Altijd Amsterdam

Hoewel ik niet eens ver van Utrecht afwoonde, was de blik vanuit Hilversum toch meer op Amsterdam gericht. Twee jaar voor bovengenoemde fietstocht, was ik al stiekem met een ander vriendje naar onze hoofdstad gefietst. Omdat ik ook bij mijn tante langsging die caissière was bij de Roxy, toen nog een bioscoop, kwam mijn moeder er via allerlei omwegen alsnog achter. Ik kan mij niet meer herinneren of er na zoveel maanden ook nog straf aan deze actie vastzat. Ook tijdens mijn middelbare schooljaren kwam ik regelmatig in Amsterdam. Om de Nachtwacht te zien, om een zieke leraar te bezoeken, die later als één van de eersten in Nederland aan aids zou overlijden, om verplicht met de hele klas een of andere speurtocht langs allerlei saaie grachtenpanden te volgen, om met mijn vader en mijn oom Ajax in de Meer tegen ADO te zien voetballen. Altijd Amsterdam, nooit het dichterbij gelegen Utrecht.

Toch Utrecht

Tot ik in 6 VWO moest beslissen wat ik zou gaan studeren en waar. Omdat ik kaartenmaker wilde worden, werd het Fysische Geografie. Dit kon je toen zowel in Amsterdam als in Utrecht studeren. Ondanks mijn eenzijdige hoofdstedelijke blik, heb ik toch gekozen voor Utrecht. Als stad om te studeren en te wonen, zag ik op tegen Amsterdam. Utrecht leek mij kleiner en knusser. Te overzien voor iemand uit een dorp. Dat beeld klopt tot op zekere hoogte nog steeds. Utrecht is een stad met de bijbehorende infrastructuur. Maar tegelijk heeft het een dorpse allure. Niet voor niets liepen er nog niet zo lang geleden nog schapen op de wallen langs de singel. Ik woon er dan ook nog steeds.

 

 

Ik ben van “57

De vorige eeuw daarbij vermelden als gegeven, voelt voor mij nog steeds onwerkelijk, maar het is een feit. En zeker als ik dit filmpje zie, een herkenbaar gegeven.
Zwart/wit beelden associeer ik met dat wat definitief voorbij is, met mijn jeugd, en meest ook met weemoed en melancholie.
In mijn jeugd, we kregen televisie toen ik zeven was, heb ik jarenlang films, series en nieuws in zwartwit gezien. Vermoedelijk realiseer ik me geeneens meer hoeveel, omdat wat daarna kwam, in kleur, meer stempel heeft gedrukt, althans bewust stempel.
Zwart/wit vormt voor mij de onderstroom, werkt ook meer direct op mijn emoties, triggert gevoelens en herinneringen nog voor ik maar in de gaten heb waar ze over gaan, laat staan dat ik wist dat ze er waren.

Dit korte filmpje is uit 1956, één jaar voor ik geboren ben.
Ik hang in de lucht.